Digitale uitgangen afhankelijk van grenswaarde schakelen


De digitale uitgangen van aangesloten I/O-systemen kunnen afhankelijk van meetwaarden of toestanden worden geschakeld. Daardoor kunnen bijvoorbeeld warmtepompen of relais met opgave van een gedefinieerd vermogen worden aangestuurd. Een van de gekozen operator afhankelijke tolerantie (hysterese) voorkomt, dat de digitale uitgangen al bij geringe vermogensvariaties schakelen.

Operator

Tolerantie

Groter of gelijk aan (>=)

1 %

Kleiner of gelijk aan (<=)

1 %

Gelijk aan (=)

5 %

De volgende grenswaarden en parameters staan ter beschikking:

  • Alarmering bij waarschuwing of fout

  • Alarmering bij fout

  • Werkelijk vermogen installatie

  • Blindvermogen installatie

  • Werkelijk vermogen installatie op netaansluitpunt (teruglevering)

  • Blindvermogen installatie op het netaansluitpunt

  • Gewenste waarde richtwaarde voor het blindvermogen

  • Gewenste waarde voor begrenzing werkelijk vermogen

  • Algemene laadtoestand batterijen (SOC) in de installatie

  • Actieve toegang tot directe verkoop

  • Gemiddelde of piekwaarde van de drie spanningen op het netaansluitpunt (afhankelijk van de activering en de instellingen van de functie Q(U))

Voorwaarden:

  • Alle apparaten in het lokale netwerk moeten in bedrijf zijn en via een internetrouter met het product verbonden zijn.

  • Alle apparaten moeten de Speedwire-codering ondersteunen.

Werkwijze:

  1. Meld u aan bij de gebruikersinterface van de Data Manager.
  2. Selecteer in het menu Configuratie het menupunt Netbeheer.
  3. In de regel Toekenning digitale uitgangen de knop Naar configuratie selecteren.
  4. Om de digitale uitgangen van een aangesloten apparaat te configureren, de knop kiezen.
  5. De invoervelden invullen en [Opslaan] selecteren.