Installatie met meerdere Data Managers configureren.


In een installatie kunnen meerdere Data Managers worden geïntegreerd. Daarbij heeft u 3 mogelijkheden, de Data Managers te gebruiken:

  • Zelfstandige master

  • Master van hoger niveau

  • Slave

In installatie met master en slaves moeten eerst alle slaves in bedrijf worden gesteld, om deze bij de inbedrijfstelling van de master toe te kunnen voegen. Om een zelfstandige master of een master van hoger niveau naderhand als slave te gebruiken, moet het product naar de fabrieksinstelling worden teruggezet.

Zelfstandige master

Wanneer u de Data Manager als zelfstandig apparaat, zonder verdere slave-Data Managers voor de sturing of regeling van de installatie wilt gebruiken, kiest u in de installatiewizard de optie Zelfstandige master (aanbevolen).

Master van hoger niveau

Wanneer u de Data Manager als master-apparaat voor de sturing en regeling van de installatie met andere slave-Data Managers wilt gebruiken, kiest u in de installatiewizard de optie Master van hoger niveau. Bij deze optie geeft de master-Data Manager sturings- of regelcommando's door aan slave-Data Managers via de Modbus. Daarvoor moeten slave-Data Managers als Modbus-apparaten in de installatie van de master-Data Manager worden opgenomen. Energiemeter en netaansluitpunt moeten op de master-Data Manager zijn aangesloten.

Slave

Wanneer u de Data Manager als slave-apparaat wilt gebruiken, kiest u in de installatiewizard de optie Slave. Bij deze optie ontvangt de slave-Data Manager de sturings- of regelcommando's van een master-apparaat en geeft deze als besturingscommando's door aan de aangesloten apparaten. In installaties met een master-Data Manager als master, moeten eerst alle slaves in bedrijf worden genomen om deze in de installatie van de master-Data Manager te kunnen opnemen. Kies daarbij voor de slave-Data Manager de bedrijfsmodus Sturing en de signaalbron Modbus.