Begrenzing van de teruglevering van werkelijk vermogen configureren


Met de Data Manager kunt u instellingen van de netwerkexploitant voor de begrenzing van de teruglevering van werkelijk vermogen aanpassen tussen 0 % en 100 % in uw installatie. De begrenzing van de teruglevering van werkelijk vermogen wordt in procenten ingesteld. Als referentiewaarde dient het totale nominale installatievermogen. Als uw netwerkexploitant eist dat de installatie geen werkelijk vermogen teruglevert, moet u de teruglevering van werkelijk vermogen permanent op 0 % begrenzen en daarnaast de vooraf ingestelde waarde voor de gradiënt van het werkelijk vermogen aanpassen. Daardoor is een begrenzing van de teruglevering van werkelijk vermogen tot 0 % binnen enkele seconden mogelijk. Om belastingssprongen te compenseren en een veiligheidsafstand van de begrenzing van het werkelijke vermogen te realiseren, kan een negatieve waarde worden ingesteld. Daardoor wordt een tijdige begrenzing van de teruglevering van werkelijk vermogen bereikt. De waarde voor de begrenzing van de teruglevering van werkelijk vermogen moet daarbij passend bij de belastingssprongen worden aangepast. Meer instellingen van de omvormer zijn niet nodig.

LET OP

Verantwoording van de eigenaar over richtwaarden voor het netbeheer

De eigenaar is verantwoordelijk voor de juistheid van de instellingen en de gegevens over het netbeheer en het nominale installatievermogen. Bij verkeerde instellingen en gegevens kunnen apparaten en installatie schade oplopen.

  1. De door de netwerkexploitant en de normatief gevraagde instellingen over het netbeheer correct instellen. Indien nodig contact opnemen met de netwerkexploitant.
  2. Correcte waarden over het nominale installatievermogen invoeren. Bij uitbreidingen van de installatie de waarden voor het nominale installatievermogen aanpassen.
  3. Waarborg dat alle benodigde instelwaarden aanwezig zijn of cyclisch worden gezonden.

Ondersteunde omvormers voor de begrenzing van de teruglevering van werkelijk vermogen op 0%

Een beperking van de teruglevering van werkelijk vermogen op 0 % wordt alleen ondersteund door omvormers die de fallback-functie ondersteunen. Bij een fallback wordt als de communicatie tussen het product en de omvormer wordt verbroken, de omvormer beperkt tot een uitgangsvermogen van 0 W. Zie handleiding van de omvormer op www.SMA-Solar.com voor meer informatie.

Voorwaarden:

  • De configuratie voor de begrenzing van het werkelijk vermogen moet met de verantwoordelijke netwerkexploitant zijn afgestemd.

  • In de installatie moet een geschikte energiemeter op het netaansluitpunt gemonteerd zijn.

Werkwijze:

  1. Meld u aan bij de gebruikersinterface van de Data Manager.
  2. Selecteer in het menu Configuratie het menupunt Netbeheer.
  3. In de regel Werkelijk vermogen de knop Configuratie & activering selecteren.
  4. De installatiewizard wordt geopend.
  5. Bevestig elke stap met [Doorgaan].
  6. Selecteer de bedrijfsmodus Regeling.
  7. Selecteer de signaalbron Handmatige sturing.
  8. Voer in het veld Richtlijn werkelijk vermogen de waarde 0 in:
    • Om de begrenzing van de teruglevering van werkelijk vermogen bijvoorbeeld op 0 % van het totale installatievermogen in te stellen, in het veld Richtlijn werkelijk vermogen de waarde 0 invoeren.

    • Om de begrenzing van de teruglevering van werkelijk vermogen bijvoorbeeld op -10% van het totale installatievermogen in te stellen, in het veld Richtlijn werkelijk vermogen de waarde -10 invoeren. Let er daarbij op, dat in dit geval altijd het vermogen uit het openbaar stroomnet wordt betrokken.

  9. Om de veranderingssnelheid van de gewenste waarde in te stellen, de schakelaar activeren.
  10. Voer in het veld Insteltijd de waarde 1 in.
  11. Voer in het veld Gradiënt werkelijk vermogen de waarde 100 in.
  12. Voer in het veld Totaal nominaal installatievermogen het totale vermogen van de PV-generator in.
  13. Kies [Opslaan].