Secundaire batterijkasten configureren
Vakman

Alle batterijkasten eerst afzonderlijk instellen
Het aansluiten van AC- of DC-kabels en van de CAN-communicatie kan tot onvoorziene storingen leiden als de batterijkasten nog niet correct zijn geconfigureerd.
- Voordat de secundaire batterijkasten worden geconfigureerd, mag alleen de aarding zijn aangesloten.
- Schakel elke batterijkast afzonderlijk in zoals hier beschreven, stel deze in en schakel hem direct weer uit.
- Ga pas daarna door met de elektrische aansluiting.
Voorwaarden:
- Alle batterijkasten zijn uitgeschakeld.
- Er zijn nog geen elektrische aansluitingen aan de batterijkasten uitgevoerd.
Werkwijze:
- Sluit de aarding van de secundaire batterijkast aan.
- Schakel de secundaire batterijkast in ( > Schakel de batterijkast in.).
- Meld u op het bedieningspaneel van de batterijkast aan als Operator. De aanmelding vindt plaats door op de gebruikersnaam bovenaan links te klikken. Het wachtwoord ontvangt u van SMA.
- Selecteer bovenaan op het beeldscherm SMA Storage XL.
- Ga naar het menu Communication.
- Selecteer de knop bsmu.
- Stel voor de parameter Status de waarde Disabled in.
- Ga terug naar het menu SMA Storage XL > Communication.
- Selecteer de knop bcmu.
- Klik bij de parameter prot change op Modify.
- Voer in het nieuwe dialoogvenster in het veld voor slave_id het adres van de batterijkast in. De adressen moeten uniek en doorlopend zijn. Standaard is het adres van de primaire batterijkast op 80 ingesteld. Dit betekent dat het adres van de eerste secundaire batterijkast 81 is, van de tweede 82, van de derde 83.
- Bevestig de instelling.
- Schakel de batterijkast uit.
- Herhaal de procedure voor elke secundaire batterijkast.
Zie hiervoor ook: