Voorschriften voor de opslag van de batterij
WAARSCHUWING
Levensgevaar door vuur of explosie bij diepontladen batterijen
Bij verkeerd opladen van diepontladen batterijen kan brand ontstaan. Dit kan ernstig letsel of de dood tot gevolg hebben.
- De batterij binnen de voorgeschreven termijnen in gebruik nemen.
- Wanneer de batterij niet binnen de voorgeschreven termijnen in gebruik kan worden genomen, een aanvraag doen om het opslagniveau van de batterij te herstellen.
- Waarborg voor de inbedrijfstelling van het systeem, dat de batterij niet diepontladen is.
- Stel het systeem niet in bedrijf, wanneer de batterij diepontladen is.
- Neem wanneer de batterij diepontladen is contact met de technische service.
Elke afzonderlijke batterijkast kan mogelijk brand veroorzaken. Bij beschadiging van een batterijkast bestaat verhoogd gevaar voor brand.
Om het risico bij opslag tot het minimum te beperken, moeten de volgende punten in acht worden genomen:
Demonteer de batterijmodules van de batterijkast niet.
Sla de batterijkast als geheel op in een droge ruimte.
Kantel de batterijkast niet en stel deze op een vlakke, voor het gewicht geschikte ondergrond op.
Controleer de toestand van de batterij minstens om de 12 maanden.
Controleer bij langdurige opslag de laadtoestand van de batterij minstens om de 6 maanden. De laadtoestand moet tussen 30% en 50% worden gehouden.
De voorschriften van de lokaal geldende brandbeveiligingsverordening moeten tijdens de opslag steeds worden opgevolgd.
De opslagruimte moet aan de buitenkant duidelijk als opslagruimte voor lithium-ion-batterijen zijn gemarkeerd.