Vereisten aan de montagelocatie van de batterijkast
WAARSCHUWING
Levensgevaar door vuur of explosie
Ondanks een zorgvuldige constructie kan er bij elektrische apparaten brand ontstaan. Dit kan ernstig of dodelijk letsel tot gevolg hebben.
- Monteer het product niet op plekken waar zich licht ontvlambare stoffen of brandbare gassen bevinden.
- Monteer het product niet in explosiegevaarlijke omgevingen.
Algemene eisen
De montagelocatie moet geschikt zijn voor het gewicht, de afmetingen en de minimale afstanden van het product.
De montagelocatie moet met geschikte transportmiddelen bereikbaar zijn.
Montagelocatie moet een voldoende droog, horizontaal en vlak oppervlak hebben.
Het product zo veel mogelijk tegen directe zoninstraling, sneeuwval en water beschermen.
In de buurt van de montagelocatie mogen zich geen warmtebronnen bevinden.
De klimatologische voorwaarden moeten aangehouden worden.
Montagelocatie moet minder dan 3000 m boven NAP liggen. Wanneer u de batterij wilt gebruiken op hoogtes boven de 3000 m, moet u contact met de technische service opnemen.
In overstromingsgebieden moet de montagelocatie verhoogd en altijd beschermd tegen contact met water beschermd zijn.
De montagelocatie moet voldoen aan de plaatselijke brandveiligheidsverordeningen.
De ruimtehoogte of de hoogte van een overkapping moet hoger zijn dan de kantelmaat van de batterijkast.
Vereisten buitenvariant van de batterijkast
Een geschikte fundering moet worden voorbereid.
De batterijkast niet in een laagte opstellen, om het binnendringen van water te voorkomen.
In gebieden met veel neerslag moet de montagelocatie altijd beschermd tegen contact met water beschermd zijn.
De condensaatafvoer moet zo worden aangelegd dat er geen ijsvorming of waterophoping bij de batterijkast kan ontstaan.
Als de omvormer aan de batterijkast wordt bevestigd, moet voor de montagelocatie van de batterijkast ook rekening worden gehouden met de vereisten voor de omvormer. Onder andere mag de omvormer niet worden blootgesteld aan directe zoninstraling.
Vereisten binnenvariant van de batterijkast
Een homogene temperatuurverdeling in de batterij-ruimte moet gewaarborgd zijn. De optimale temperatuur in de batterij-ruimte bedraagt 22 tot 25 °C.
De ruimte van de montagelocatie moet voldoen aan de vereisten conform IEC 62619 inzake brandveiligheid. De brandveilige ruimte moet zijn uitgerust met een onafhankelijke brandmelder volgens de plaatselijke voorschriften en standaarden en vrij zijn van brandlasten. De ruimte moet minimaal met brandveiligheidsdeuren van klasse T60 uitgerust zijn en door brandveilige wanden van klasse F60 gescheiden zijn.
In overleg met het plaatselijk verantwoordelijke bouwtoezicht moeten voor het bedrijf van de batterij brandbeveiligingsmaatregelen conform de lokaal geldige normen, wetten en richtlijnen worden toegepast. Specificaties hiervoor vindt u in de nationale of regionale bouwvoorschriften.