WLAN uitschakelen


De omvormer is standaard uitgerust met een geactiveerde WLAN-interface. Als u geen gebruik wilt maken van WLAN, kunt u de WLAN-functie uitschakelen en te allen tijde weer inschakelen. U kunt de directe WLAN-verbinding en de WLAN-verbinding binnen het lokale netwerk onafhankelijk van elkaar uit- of inschakelen.

Inschakelen van de WLAN-functie alleen nog mogelijk via ethernetverbinding

Als u de WLAN-functie zowel voor de directe WLAN-verbinding alsook voor de WLAN-verbinding binnen het lokale netwerk uitschakelt, is de toegang tot de gebruikersinterface van de omvormer en dus ook het opnieuw activeren van de WLAN-interface alleen nog mogelijk via een ethernetverbinding.

Het principe voor het wijzigen van bedrijfsparameters wordt in een ander hoofdstuk beschreven Parameters wijzigen.

Als u de WLAN-functie volledig wilt uitschakelen, moet u zowel de directe verbinding alsook de verbinding binnen het lokale netwerk uitschakelen.

Werkwijze:

  1. Om de directe verbinding uit te schakelen, moet u in de parametergroep Installatiecommunicatie > WLAN de parameter Soft-access-point is ingeschakeld kiezen en deze op Nee zetten.
  2. Om de verbinding binnen het lokale netwerk uit te schakelen, moet u in de parametergroep Installatiecommunicatie > WLAN de parameter WLAN is ingeschakeld kiezen en deze op Nee zetten.