Kabel voor noodstroombedrijf aansluiten
Extra benodigd materiaal (niet meegeleverd):
- Bij noodstroombedrijf: 1 in de handel verkrijgbaar stopcontact
Voorwaarden:
- De vermogenskabels voor back-upbedrijf moeten geconfectioneerd zijn.
Werkwijze:
- Schakel de AC-installatieautomaat en de noodstroom-installatieautomaat van alle 3 de fasedraden uit en beveilig deze tegen opnieuw inschakelen.
- Aanwijzing over het back-upstroombedrijf van de omvormer op de verdeler aanbrengen.
- Zorg ervoor dat de DC-lastscheiders is uitgeschakeld en tegen herinschakelen beveiligd is.
- Waarborg, dat de batterij is uitgeschakeld.
- Schroef de wartelmoer van de kabelschroefverbinding voor PLC af.
- Trek het bovenste deel van de aansluitklem van de stekkerbehuizing af.
- Verwijder de afdichtring uit de stekkerbehuizing.
- Leid de kabel door de wartelmoer, afdichtring en stekkerbehuizing.
- Plaats de leidingen L, N en PE conform het opschrift in de stekker en draai de schroeven van de stekker vast (koppel: 1 Nm).
- Steek de stekkerbehuizing in de kabelschroefverbinding. De aansluitklem moet hoorbaar vastklikken.
- De wartelmoer op de stekkerbehuizing vastdraaien.
- Sluit de stekker aan op de behuizing van de omvormer.




Bij gebruik van de noodstroomfunctie moet de nulleider met de aardleiding verbonden (geaard) zijn. Dit kan bijvoorbeeld worden uitgevoerd door middel van een kabelbrug in de stekker of in het stopcontact voor het noodstroombedrijf.

