Externe randaarde aansluiten


Ter beveiliging tegen aanrakingsstroom bij defect van de aardleiding op de aansluiting van de AC-kabel is afhankelijk van de landspecifieke voorschriften de extra beveiligingsaarding van de omvormer vereist.

Voor de beveiligingsaarding (bijv. toepassing van een aardstaaf) beschikt de omvormer over een aardingsaansluiting met 1 aansluitpunt.

Het aansluitpunt is gemarkeerd met het volgende symbool:

De benodigde schroef M5x12 met veerring en onderlegring zijn reeds aan de omvormer gemonteerd.

Extra benodigd materiaal (niet meegeleverd):

  • 1 aardleiding

  • 1 ringkabelschoen M5

Kabelvereisten:

  • Doorsnede van de aardleiding: komt overeen met de doorsnede van de aardleiding op de aansluiting AC GRID, echter minstens 2,5 mm2

Werkwijze:

  1. Strip de aardleiding.
  2. Ringkabelschoen aan de kabel krimpen
  3. 16360848396
  4. Draai de schroef met onderlegring en veerring op het aansluitpunt voor de extra aarding vast (TX30, koppel: 3 Nm).