Externe randaarde aansluiten
Ter beveiliging tegen aanrakingsstroom bij defect van de aardleiding op de aansluiting van de AC-kabel is afhankelijk van de landspecifieke voorschriften de extra beveiligingsaarding van de omvormer vereist.
Voor de beveiligingsaarding (bijv. toepassing van een aardstaaf) beschikt de omvormer over een aardingsaansluiting met 1 aansluitpunt.
Het aansluitpunt is gemarkeerd met het volgende symbool: 
De benodigde schroef M5x12 met veerring en onderlegring zijn reeds aan de omvormer gemonteerd.
Extra benodigd materiaal (niet meegeleverd):
1 aardleiding
1 ringkabelschoen M5
Kabelvereisten:
Doorsnede van de aardleiding: komt overeen met de doorsnede van de aardleiding op de aansluiting AC GRID, echter minstens 2,5 mm2
Werkwijze:
- Strip de aardleiding.
- Ringkabelschoen aan de kabel krimpen
- Draai de schroef met onderlegring en veerring op het aansluitpunt voor de extra aarding vast (TX30, koppel: 3 Nm).
