Omvormer spanningsvrij schakelen


Vakman

Voordat er werkzaamheden aan de omvormer verricht mogen worden, moet deze altijd op de in dit hoofdstuk beschreven manier spanningsvrij worden geschakeld. Houd daarbij altijd de aangegeven volgorde aan.

WAARSCHUWING

Levensgevaar door elektrische schokken bij beschadiging van het meettoestel bij overspanning.

Een overspanning kan een meettoestel beschadigen en elektrische spanning op de behuizing van het meettoestel veroorzaken. Het aanraken van een onder spanning staande behuizing van het meettoestel leidt tot de dood of tot levensgevaarlijk letsel als gevolg van een elektrische schok.

  1. Gebruik alleen meettoestellen, waarvan het meetbereik voor de maximale AC- en DC-spanning van de omvormer geschikt is.
  2. Alleen meettoestellen gebruiken waarvan het meetbereik op de maximale DC-spanning van de batterij is afgestemd.

Werkwijze:

  1. Schakel de AC-installatieautomaat en de noodstroom-installatieautomaat van alle 3 de fasedraden uit en beveilig deze tegen opnieuw inschakelen.
  2. 16818615820
  3. Stel de PV-lastscheider van de omvormer in op de stand OFF.
  4. Als een batterij is aangesloten, de batterij uitschakelen of de lastscheider van de batterij uitschakelen (zie documentatie van de batterijfabrikant).
  5. Wacht tot de leds uit zijn.
  6. Wacht 5 minuten. Dan zijn de condensatoren zeker ontladen.
  7. 16818616204
  8. Controleer met een ampèremeettang of alle DC-kabels stroomvrij zijn.
  9. De positie van de DC-connector noteren.
  10. GEVAAR

    Levensgevaar door elektrische schok bij aanraken van blootgelegde DC-aders of DC-connectorcontacten bij beschadigde of losgeraakte DC-connectoren

    Door verkeerd ontgrendelen en lostrekken van de DC-connector kunnen de DC-connectoren breken en beschadigd raken, van de DC-kabels loskomen of niet meer correct zijn aangesloten. Daardoor kunnen de DC-aders of DC-connectorcontacten bloot komen te liggen. Het aanraken van spanningvoerende DC-aders of DC-connectorcontacten leidt tot de dood of tot ernstig letsel als gevolg van een elektrische schok.

    1. Draag bij werkzaamheden aan de DC-connectoren geïsoleerde handschoenen en gebruik geïsoleerd gereedschap.
    2. Waarborg, dat de DC-connectoren in optimale conditie zijn en geen DC-aders of DC-connectorcontacten bloot liggen.
    3. Ontgrendel de DC-connectoren voorzichtig en trek deze los zoals hierna is beschreven.
    16818616972
  11. Ontgrendel de PV-connectoren en trek ze eruit. Steek hiervoor een platte schroevendraaier of een speciale gebogen veerklemopener (bladbreedte: 3,5 mm) in één van de gleuven aan de zijkant en trek de PV-connectoren eruit. Til daarbij de PV-connectoren niet op, maar steek het gereedschap alleen voor het losmaken van de vergrendeling in één van de gleuven aan de zijkant en trek niet aan de kabel.
  12. 16818617356
  13. Controleer met een geschikt meettoestel tussen de pluspool en de minpool of de PV-ingangen spanningsvrij zijn.
  14. 16818617740
  15. Controleer met een geschikt meettoestel tussen de pluspool en aarde en de minpool en aarde of de PV-ingangen spanningsvrij zijn.
  16. 16818618124
  17. Als een batterij is aangesloten, controleer dan met een geschikt meettoestel tussen de pluspool en de minuspool of de batterij-ingangen spanningsvrij zijn.
  18. 16818618508
  19. Een MC4-sleutel (niet meegeleverd) in de opening van de DC-connector van de batterijaansluitkabel steken en licht aantrekken om de DC-connector te verwijderen.
  20. 16818618892
  21. Als Backup is aangesloten, verwijder dan de AC-stekker voor de aansluiting van de back-upverbruikers.
  22. Controleer met een geschikt spanningsmeettoestel of de DC-ingangen op de omvormer spanningsvrij zijn.
  23. GEVAAR

    Levensgevaar door hoge spanningen

    Ook na het vrijschakelen zijn op het product restspanningen aanwezig, die moeten worden ontladen.

    1. Wacht 5 minuten voordat u doorgaat.
  24. Verzeker u er met een daartoe geschikt spanningsmeettoestel van dat er op de AC-aansluiting geen spanning staat tussen L1 en L2, L2 en L3, L1 en L3, L1 en de aardleiding, L2 en de aardleiding, L3 en de aardleiding en tussen L1 en N, L2 en N en L3 en N.