Apparaten toevoegen, vervangen en deactiveren


Bij apparaatbeheer kunt u apparaten binnen uw installatie toevoegen, vervangen en deactiveren. Wanneer u al over een installatie in Sunny Portal beschikt, kunt u aan de installatie nieuwe apparaten toevoegen of apparaten vervangen. U kunt naar de fabrieksinstelling teruggezette communicatieapparaten aan een bestaande installatie weer toevoegen. De installatie-setup-wizard leidt u stap voor stap door de gebruikersregistratie en de registratie van de installatie in de Sunny Portal.

7187294348

Overzicht apparaatbeheer

Voorwaarden:

  • De registratiecode (RID) en de identificatiecode (PIC) van het typeplaatje van het SMA-product of de meegeleverde stickers moeten beschikbaar zijn.

  • Alle apparaten in het lokale netwerk moeten in bedrijf zijn en via een internetrouter met Sunny Portal verbonden zijn.

  • Er mag maximaal 1 Data Manager met de optie Master in een installatie aanwezig zijn.

Direct communicerend apparaat toevoegen

U kunt aan een installatie apparaten toevoegen, die direct met de Sunny Portal communiceren. Daarbij gaat het om apparaten, die de gegevens van uw installatie registreren en aan de Sunny Portal kunnen verzenden.

Werkwijze:

  1. Meld u aan in de Sunny Portal.
  2. Installatie kiezen.
  3. Selecteer het menu [Configuratie].
  4. Kies in het contextmenu [Apparaatbeheer].
  5. Kies de knop .
  6. De installatie-setup-wizard wordt geopend.
  7. SMA-apparaat kiezen en met [Verder] bevestigen.
  8. PIC en RID van het nieuwe apparaat invoeren en met [Identificeren] bevestigen.
  9. Nieuw apparaat uit de lijst kiezen en met [Opslaan] bevestigen.

Virtueel apparaat toevoegen

U kunt aan een installatie virtuele apparaten toevoegen. Daarbij heeft u 2 mogelijkheden, de gegevens van de virtuele apparaten aan Sunny Portal over te dragen:

  • Gegevens handmatig invoeren

  • Gegevens van energiemeters betrekken

Werkwijze:

  1. Meld u aan in de Sunny Portal.
  2. Installatie kiezen.
  3. Selecteer het menu [Configuratie].
  4. Kies in het contextmenu [Apparaatbeheer].
  5. Kies de knop .
  6. De installatie-setup-wizard wordt geopend.

Communicatieapparaat vervangen

Werkwijze:

  1. Meld u aan in de Sunny Portal.
  2. Installatie kiezen.
  3. Selecteer het menu [Configuratie].
  4. Kies in het contextmenu [Apparaatbeheer].
  5. In de regel van het apparaat de knop kiezen.
  6. [Apparaat vervangen] kiezen.
  7. PIC en RID van het nieuwe apparaat invoeren en met [Identificeren] bevestigen.
  8. Nieuw apparaat uit de lijst kiezen en met [Vervangen] bevestigen.

Geresette communicatieapparaat weer toevoegen

U kunt naar de fabrieksinstelling teruggezette communicatieapparaten van een bestaande installatie via het apparaatbeheer weer toevoegen. Bovendien worden teruggezette communicatieapparaten in de berichten weergegeven en kunnen daar weer aan de installatie worden toegevoegd.

Werkwijze:

  1. Meld u aan in de Sunny Portal.
  2. Installatie kiezen.
  3. Selecteer het menu [Configuratie].
  4. Kies in het contextmenu [Apparaatbeheer].
  5. In de regel van het apparaat de knop kiezen.
  6. [Apparaateigenschappen weergeven] kiezen.
  7. De knop [Teruggezet apparaat weer in de installatie opnemen] kiezen.
  8. De installatie-setup-wizard wordt geopend.

Apparaat deactiveren

De volgende apparaten kunnen worden gedeactiveerd:

  • Apparaten die via het contextmenu [Apparaatbeheer] zijn toegevoegd

  • Apparaten, die in de installatie bestaan, maar sinds 5 dagen geen gegevens meer hebben geleverd.

De gegevens van gedeactiveerde apparaten blijven in het menu Analyse zichtbaar.

Werkwijze:

  1. Meld u aan in de Sunny Portal.
  2. Installatie kiezen.
  3. Selecteer het menu [Configuratie].
  4. Kies in het contextmenu [Apparaatbeheer].
  5. In de regel van het apparaat de knop kiezen.
  6. [Apparaat deactiveren] kiezen.
  7. Met [Deactiveren] bevestigen.
  8. Door het deactiveren worden alle configuraties voor dit apparaat teruggezet.

Apparaat in communicatieapparaat vervangen

Om apparaten in een communicatieapparaat te vervangen, wist u het apparaat via de gebruikersinterface van het communicatieapparaat (zie handleiding van het communicatieapparaat). Het gewiste apparaat wordt in Sunny Portal gedeactiveerd. Voeg via de gebruikersinterface van het communicatieapparaat het nieuwe apparaat toe. Het nieuwe apparaat wordt in Sunny Portal weergegeven. De gegevens van het oude en het nieuwe apparaat zijn in de analyse in Sunny Portal zichtbaar.